Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014
Onder 24. Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:316.
Ik keer terug naar het middel voor zover dat opkomt tegen de verwerping van het beroep op bewijsuitsluiting. Uit het middel en de toelichting daarop wordt niet duidelijk welke strafvorderlijke waarborgen door het gebruik van controlebevoegdheden niet zouden zijn nageleefd. Het optreden op de [B] dat heeft geleid tot de vondst van de verdovende middelen, vond plaats met toestemming van de opvarende [medeverdachte 1]. Die toestemming zou, ook indien het pad van art. 9 Opiumwet zou zijn ingeslagen, toepassing van elk dwangmiddel overbodig hebben gemaakt. Evenmin is de verdachte beperkt in de mogelijkheden de betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal te toetsen. Van schending van het ‘nemo tenetur’-beginsel is in de situatie waarin douaneambtenaren controlebevoegdheden uitoefenen zonder dat de verdachte daaraan heeft meegewerkt al evenmin sprake. Het oordeel van het Hof dat de onderhavige ‘controles niet hebben geleid tot inbreuk op aan verdachte toekomende rechten’ acht ik in het licht van het vorenstaande niet onbegrijpelijk. In dat oordeel en in ’s hofs overige overwegingen ligt als zijn niet onbegrijpelijke oordeel besloten dat de douaneambtenaren geen misbruik van hun controlebevoegdheden hebben gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08, en de alinea staat in dat document op bytes 48361 tot 49608.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6948b2e4afad2feaf0acd9ea554dbac08cdfd4c2c7e7ffc5aca0b93086b6a08 | shasum -a 256