Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2014

Onder 4.18 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:327.

13. De stelling van eiseres dat zij mocht menen dat de primitieve aanslagen zorgvuldig en bewust zijn vastgesteld, vat de rechtbank zo op dat eiseres van mening is dat, zo al sprake is van een fout, haar dit redelijkerwijs niet kenbaar kon zijn. Uit de in 10 aangehaalde wettelijke bepaling volgt dat die kenbaarheid in elk geval aanwezig wordt geacht als de nagevorderde belasting minimaal dertig procent is van de wettelijk verschuldigde belasting. Dat in dit geval aan deze eis is voldaan, is tussen partijen niet in geschil.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0136cecce271e535cb8578c7068ba3b489ac84c08fcf3ca5e91f0ff7b2b6a815. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0136cecce271e535cb8578c7068ba3b489ac84c08fcf3ca5e91f0ff7b2b6a815, en de alinea staat in dat document op bytes 84296 tot 84837.