Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2014
Onder 5.12 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:327.
Naar mijn mening is in casu wel sprake van een door de Inspecteur gemaakte ‘fout’ als bedoeld in artikel, 16, lid 2, c AWR. De Inspecteur wilde immers, als aangekondigd, afwijken van de aangifte door in de op te leggen aanslagen het bedrijfspand niet, als aangegeven, in aanmerking te nemen in box 3, maar in box 1. Dat dit niet is geschied, is eraan te wijten dat ‘behandelende ambtenaren hebben nagelaten belanghebbendes aangiften voor de jaren 2008 en 2009 (…) waarvan de onjuistheid door het boekenonderzoek aan het licht was gekomen, in het traject van geautomatiseerde afdoening en verwerking van de aangiften te blokkeren.’ Vervolgens zijn de aanslagen conform de aangiften opgelegd. Het komt mij voor dat dit een situatie is als waarvoor artikel 16, lid 2, c AWR is ingevoerd. Hier is naar mijn mening sprake van een in de Memorie van Toelichting bij de wet ‘Overige fiscale maatregelen 2010’ bedoelde fout ten gevolge van de geautomatiseerde verwerking van een aangifte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0136cecce271e535cb8578c7068ba3b489ac84c08fcf3ca5e91f0ff7b2b6a815. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0136cecce271e535cb8578c7068ba3b489ac84c08fcf3ca5e91f0ff7b2b6a815, en de alinea staat in dat document op bytes 102948 tot 104146.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0136cecce271e535cb8578c7068ba3b489ac84c08fcf3ca5e91f0ff7b2b6a815 | shasum -a 256