Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014
Onder 1.1 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:33.
(iv) Op 18 februari 2004 is aan de Raad van bestuur van de maatschap een memo verstrekt inzake de urenverantwoording van [eiser 1]. Eén van de conclusies uit dat memo luidt: “In ieder geval geven de bevindingen aanleiding voor het vermoeden dat [eiser 1] , door het schrijven van uren op cliënten die (door een accountmanager van IBR) worden aangeduid als ‘fake’ klanten en het vervolgens stelselmatig over- en afboeken van die uren, een bepaald productieniveau of een bepaalde verdiencapaciteit heeft voorgewend, terwijl dat productieniveau respectievelijk die verdiencapaciteit in werkelijkheid niet aanwezig was.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95ca5d2160a87884541a8955710d5cb0a082eece797d80cca0554ca0823baee4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95ca5d2160a87884541a8955710d5cb0a082eece797d80cca0554ca0823baee4, en de alinea staat in dat document op bytes 6623 tot 7332.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95ca5d2160a87884541a8955710d5cb0a082eece797d80cca0554ca0823baee4 | shasum -a 256