Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Onder 2.9.2 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:33.

De klacht stuit af op het volgende. Uit de geciteerde alinea in de brief van 30 december 2003 valt niet af te leiden dat aan de zijde van BDO op dat moment het tekortschieten van [eiser 1] in het tijdig en volledig informeren over diens arbeidsongeschiktheid niet langer een punt was waarvan men hem een verwijt maakte. Dat dit niet zo was, blijkt reeds hieruit dat in de daaraan voorafgaande alinea wordt opgemerkt: “Wij benadrukken dat het late tijdstip van dit definitieve standpunt door de maatschap grotendeels is veroorzaakt door het achterhouden door u van wezenlijke informatie, zoals de UWV- beschikkingen van 29 april 2003.” De voorlaatste alinea uit de brief van 30 december 2003 laat zich veeleer aldus verstaan dat het bestuur van BDO, anders dan in mei 2002, niet meer bereid was om nadere afspraken te maken over de door [eiser 1] nog te plegen inzet voor de maatschap gelet op zijn gezondheidssituatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95ca5d2160a87884541a8955710d5cb0a082eece797d80cca0554ca0823baee4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95ca5d2160a87884541a8955710d5cb0a082eece797d80cca0554ca0823baee4, en de alinea staat in dat document op bytes 20280 tot 21251.