Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:33.

In onderdeel III wordt rov. 4.25 bestreden, meer in het bijzonder hetgeen het hof in de eerste en de laatste volzin van die overweging opmerkt. Ondanks de door [eisers] verstrekte – in rov. 4.24 samengevatte – toelichting op zijn wijze van administratief verwerken van werkuren, blijft naar het oordeel van het hof het beeld bestaan dat door de beschreven wijze van (over- en af)boeken van uren via dossiers van niet meer bestaande of actieve cliënten een hogere productie werd voorgewend dan in werkelijkheid bestond. Duidelijk is, aldus het hof, dat het om een aanzienlijk deel van de productie van [eiser 1] gaat. Een en ander wordt onbegrijpelijk althans onvoldoende gemotiveerd geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95ca5d2160a87884541a8955710d5cb0a082eece797d80cca0554ca0823baee4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95ca5d2160a87884541a8955710d5cb0a082eece797d80cca0554ca0823baee4, en de alinea staat in dat document op bytes 23143 tot 23851.