Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014
Onder 1.3 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:332.
In zijn tussenvonnis van 30 januari 2008 (ECLI:NL:RBROT:2008:BC6115) heeft de rechtbank te Rotterdam zich vooral gericht op vordering (i). De rechtbank droeg de curator het bewijs op van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat de verrichte betalingen paulianeus waren. Over de vordering (ii) bepaalde de rechtbank dat de curator in de conclusie na enquête kon uiteenzetten op welke wijze vorderingen (i) en (ii) zich tot elkaar verhielden (rov. 4.10). Voorts werd geoordeeld dat indien de curator bewijs door middel van getuigen wilde leveren daarvan opgave moest worden gedaan binnen twee weken na vonnisdatum en er werd verlof tot tussentijds appel verleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e711e604397fde8c302cc5e9067c16d69622581fb1f56fcfe7efd140cb2ca16b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e711e604397fde8c302cc5e9067c16d69622581fb1f56fcfe7efd140cb2ca16b, en de alinea staat in dat document op bytes 9234 tot 9925.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e711e604397fde8c302cc5e9067c16d69622581fb1f56fcfe7efd140cb2ca16b | shasum -a 256