Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014
Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:332.
“10. Bij de beoordeling van de vordering op de grondslag van art. 6:162 BW gaat het hof ervan uit dat de curator bij het opkomen voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van Bouwbedrijf bevoegd is om (mede) een vordering uit hoofde van onrechtmatige daad geldend te maken tegen een derde (zoals [eiser]), indien de gedragingen van die derde op onrechtmatige wijze hebben geleid tot benadeling van de gezamenlijke crediteuren in hun mogelijkheden tot het krijgen van voldoening uit het boedelactief. Het boven (in r.o. 4) reeds genoemde "centraal staande verwijt" van de curator aan [eiser] "dat [eiser] als bestuurder in onrechtmatige zin heeft bevorderd dat door middel van de gewraakte betalingen aan Beheer, de schuldeisers van Bouwbedrijf (waaronder niet te verstaan de mogelijke schuldeiser Beheer) (...) zijn benadeeld", sluit inhoudelijk daarop aan”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e711e604397fde8c302cc5e9067c16d69622581fb1f56fcfe7efd140cb2ca16b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e711e604397fde8c302cc5e9067c16d69622581fb1f56fcfe7efd140cb2ca16b, en de alinea staat in dat document op bytes 14613 tot 15496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e711e604397fde8c302cc5e9067c16d69622581fb1f56fcfe7efd140cb2ca16b | shasum -a 256