Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014
Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:332.
Hiermee is het hof kennelijk van oordeel dat aan de tweede bewijsopdracht is voldaan. Ook dit vind ik begrijpelijk. Is het voldoen aan deze beide bewijsopdrachten voldoende om het handelen van [eiser] jegens de gezamenlijke crediteuren onrechtmatig te achten? Hiervoor moet [eiser] m.i. ook wetenschap van daadwerkelijke benadeling van die crediteuren van Bouwbedrijf hebben gehad. Het probleem van het bestreden arrest van het hof is m.i. dat daarin niets te vinden is over die wetenschap van [eiser]. Daarover had het hof m.i. wel moeten oordelen, wil het handelen van [eiser] als onrechtmatig kunnen worden gekwalificeerd . Ik heb nog onderzocht of een dergelijk oordeel ook niet impliciet uit het bestreden arrest van het hof kan worden afgeleid. Ik kan het er ook niet impliciet in lezen. Maar ik geef wel toe dat het verschil tussen wetenschap bij [eiser] van een ernstig risico van insolventie en wetenschap van benadeling van de gezamenlijke crediteuren van Bouwbedrijf klein is. Niettemin dient subonderdeel 1.1 m.i. te slagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e711e604397fde8c302cc5e9067c16d69622581fb1f56fcfe7efd140cb2ca16b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e711e604397fde8c302cc5e9067c16d69622581fb1f56fcfe7efd140cb2ca16b, en de alinea staat in dat document op bytes 26180 tot 27295.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e711e604397fde8c302cc5e9067c16d69622581fb1f56fcfe7efd140cb2ca16b | shasum -a 256