Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014
Onder 4.4. Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:336.
Aangever heeft telefonisch contact gehad met de man, die hem in zijn woning heeft overvallen tot vlak voordat deze bij hem in zijn woning kwam. Hij verklaart immers dat hij hem het laatste deel van de route heeft uitgelegd door de telefoon. Gedurende de overval hoort aangever dat de man telefonisch contact zoekt. Aannemelijk is dat dit is gebeurd met dezelfde telefoon als waarmee de man eerder met aangever contact heeft gehad. Aangever verklaart dat hij een vrouwenstem aan de andere kant van de lijn hoort. Gelet op de uitkomsten van het telecomonderzoek moet dat [betrokkene 1] zijn geweest. Het is naar het oordeel van het hof uitgesloten dat de zogenaamde vriend, die zich -naar het hof begrijpt- volgens verdachte in de woning van aangever heeft moeten bevinden, met de telefoon van verdachte ook met [betrokkene 1] heeft gebeld, terwijl verdachte zegt zelf die avond met [betrokkene 1] te hebben gebeld. Daar komt bij dat verdachte geen verklaring heeft voor het gegeven dat eerder op de avond de telefonische en sms-contacten met enerzijds aangever en anderzijds [betrokkene 1] elkaar in korte tijd opvolgen en afwisselen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94faac65f1f84274d0b2d1738a2686424325aac760b7ec6272b7ed7a65485c97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94faac65f1f84274d0b2d1738a2686424325aac760b7ec6272b7ed7a65485c97, en de alinea staat in dat document op bytes 19410 tot 20556.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/94faac65f1f84274d0b2d1738a2686424325aac760b7ec6272b7ed7a65485c97 | shasum -a 256