Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Onder 12. Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:343.

De regeling van het schuldeisersverzuim in art. 6:58 e.v. BW beoogt de nadelen weg te nemen die voor de schuldenaar verbonden zijn aan het niet kunnen nakomen van zijn verbintenis. Zie Streefkerk, Schuldeisersverzuim, Monografieën BW B32c, 2006, nr. 3 en 4. Hier betreft dat nadeel het doorlopen van de contractueel overeengekomen rente tot aan de datum van levering. Het hof heeft dan ook in rov. 3.17 overwogen dat de rechtbank gelet op het schuldeisersverzuim terecht een einddatum heeft bepaald tot waarop de rentevergoeding doorloopt. Het hof heeft voorts overwogen dat de rechtbank de dag van de inleidende dagvaarding, 3 december 2008, als einddatum heeft genoemd en dat Sepeba daartegen niet in hoger beroep is gekomen zodat die datum in beginsel als uitgangspunt moet worden genomen. Het middelonderdeel gaat uit van de juistheid van deze overwegingen en bestrijdt, als gezegd, ’s hof oordeel omtrent het einde van het schuldeisersverzuim.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7da8a606cd48e8ad229b0c22f7ef0451059bd6e7047a8551cdf62ce70860a920. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7da8a606cd48e8ad229b0c22f7ef0451059bd6e7047a8551cdf62ce70860a920, en de alinea staat in dat document op bytes 37492 tot 38459.