Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Onder 13. Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:343.

De wetgever heeft het niet nodig geacht – afgezien van het in art. 6:69 BW bepaalde – te regelen hoe het schuldeisersverzuim een einde neemt (Parl. Gesch. Boek 6, p. 223). Streefkerk noemt een viertal gevallen van beëindiging van schuldeisersverzuim waaronder het geval – onder verwijzing naar Parl. Gesch. Boek 6, p. 212 – dat het beletsel van de kant van de schuldeiser verdwijnt. Zie over beëindiging op deze grond, ook wel zuivering van schuldeisersverzuim genoemd, maar ook voor de overige gronden Streefkerk, a.w., nr. 13 en de Groene Serie Verbintenissenrecht (Beukers/Keirse), art. 6:58 BW, aant. 9. Streefkerk nuanceert zijn opvatting over beëindiging door zuivering in zoverre dat het crediteursverzuim zijns inziens in beginsel pas door zuivering ten einde komt op het moment waarop de schuldenaar zijn prestatie daadwerkelijk verricht heeft of redelijkerwijs had kunnen verrichten nu de schuldenaar onder bepaalde omstandigheden een redelijke tijd gegund moet worden om zijn prestatie voor te bereiden en te verrichten. Doet het laatstgenoemde geval zich voor – de schuldenaar had na zuivering door de schuldeiser zijn eigen prestatie redelijkerwijs kunnen verrichten, maar heeft dat niet gedaan – dan is denkbaar dat het crediteursverzuim omslaat in debiteursverzuim, mits ook voldaan is aan de eisen van art. 6:82 en 83. Zie over dit omslaan Streefkerk, a.w., nr. 16.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7da8a606cd48e8ad229b0c22f7ef0451059bd6e7047a8551cdf62ce70860a920. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7da8a606cd48e8ad229b0c22f7ef0451059bd6e7047a8551cdf62ce70860a920, en de alinea staat in dat document op bytes 38558 tot 39967.