Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014
Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:345.
In de onderhavige zaak is echter van belang dat aan art. 3:320 BW bij zijn inwerkingtreding op 1 januari 1992 weliswaar onmiddellijke , maar geen terugwerkende kracht toekwam. Bij inwerkingtreding van de bepaling op 1 januari 1992 verhielden [verweerder] en de dochter zich al vier jaar niet meer als de wettelijk vertegenwoordiger en de onbekwame die hij vertegenwoordigt c.q. als de bewindvoerder en de rechthebbende voor wie hij het bewind voert in de zin van art. 3:321 lid 1 sub b en c BW. Op dat moment was er tussen hen géén verhouding waarin de verlengingsgrond van art. 3:321 lid 1 sub b en c bestond. Waar bij ontbreken van terugwerkende kracht van art. 3:321 BW een dergelijke verlengingsgrond ook vóór dat moment niet tussen hen gold (en overigens nimmer tussen hen heeft gegolden), kon bij de inwerkingtreding van die bepaling van een “voortduren” daarvan in de zin van lid 2 geen sprake zijn: wat niet is, kan ook niet voortduren. In dit verband kan nog worden gewezen op de memorie van toelichting op art. 121 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek over het in art. 3:321 lid 1 sub d bedoelde geval van de tussen rechtspersonen en haar bestuurders bestaande verlengingsgrond:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 36317 tot 37597.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d | shasum -a 256