Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:345.

Kennelijk (en mijns inziens terecht) was het hof van oordeel dat bij inwerkingtreding van art. 3:321 lid 1 sub b en/of c BW van een bestaande of voortdurende grond voor verlenging van de verjaring van de vorderingen van de dochter die op het door [verweerder] gevoerde voogdijbewind waren gebaseerd, geen sprake was. Anders dan het subonderdeel betoogt, heeft het hof daarmee niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven. Weliswaar heeft het hof niet gemotiveerd waarom art. 3:321 lid 1 sub b en/of c BW toepassing mist, alhoewel de dochter (ook) in hoger beroep toepasselijkheid van art. 3:321 lid 1 sub b jo 3:321 lid 2 BW heeft verdedigd . Voor zover de motiveringsklacht van het subonderdeel mede daartegen is gericht, geldt echter dat met een motiveringsklacht niet met vrucht tegen een rechtsoordeel kan worden opgekomen. Het subonderdeel kan daarom niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 38180 tot 39144.