Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014
Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:345.
Bij het voorgaande teken ik nog aan dat het subonderdeel ervan uitgaat dat de in art. 3:321 lid 1 sub b en c BW bedoelde verlengingsgronden voortduren totdat de wettelijk vertegenwoordiger c.q. de bewindvoerder rekening en verantwoording heeft afgelegd. Dat is echter niet wat art. 3:321 lid 2 BW bepaalt. Art. 3:321 lid 2 BW spreekt van het moment waarop de eindrekening van de wettelijke vertegenwoordiger of de bewindvoerder is gesloten. Dat roept de vraag op of niet voldoende is dat de voormalig wettelijk vertegenwoordiger of bewindvoerder het batig saldo van het door hem gevoerde bewind (al dan niet correct) heeft vastgesteld en heeft overgemaakt aan degene voor wie hij optrad, en welke de betekenis in dat verband is van de overmaking van een bedrag van € 15.000,- door [verweerder] aan de dochter op 28 augustus 2007 onder vermelding van “Nogmaals, het vermeende tegoed. V.+J. [verweerder].” , met welke overmaking voor [verweerder] de kous kennelijk af was (zie hiervóór onder 1.8) .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 39154 tot 40268.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d | shasum -a 256