Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:345.

S ubonderdeel 1.2 klaagt dat het hof het betoog van de dochter dat (i) [verweerder] het bestaan van de KLM-uitkering, de nalatenschap en de verzekeringsuitkering opzettelijk voor haar verborgen heeft gehouden, en (ii) zij, nadat zij daarmee bekend is geworden, de verjaring tijdig heeft gestuit en een procedure aanhangig heeft gemaakt, zodat (iii) art. 3:321 lid 1 sub f BW aan voltooiing van de verjaring in de weg staat, niet (kenbaar) in zijn oordeel heeft betrokken. Nu die stellingen - indien juist - tot het oordeel zouden (kunnen) leiden dat de verjaringstermijn is verlengd, zodat de vorderingen dus niet zijn verjaard, is ’s hofs oordeel volgens het subonderdeel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 40367 tot 41126.