Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:345.

In dat verband is van belang dat de Hoge Raad de in het arrest Van Hese geboden opening voor toepassing van art. 6:2 lid 2 BW heeft gereserveerd voor gevallen waarin de rechtsvordering pas geldend zou kunnen worden gemaakt nadat de verjaringstermijn reeds is verstreken, omdat de schade zich eerst nadien openbaart . Als in zulke gevallen de mogelijkheid zou ontbreken om de verjaring buiten toepassing te laten, zou dat ertoe leiden dat de rechtsvordering reeds is verjaard, voordat zij daadwerkelijk geldend kon worden gemaakt . Voor de door art. 6:2 lid 2 BW geboden opening achtte de Hoge Raad de aard van de schade ( “naar haar aard verborgen” ) kennelijk beslissend .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 58388 tot 59370.