Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:345.

“Niet is gesteld of anderszins gebleken dat de verjaring gedurende die termijn door [de dochter] is gestuit. Nu [verweerder] op de in art. 1:377 BW bedoelde verjaring een beroep heeft gedaan, zijn de overige vorderingen van [de dochter], die op het door [verweerder] gevoerde voogdijbewind zijn gegrond, verjaard.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 26019 tot 26414.