Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:345.

Op grond van art. 1:372 BW in zijn destijds geldende versie diende [verweerder] na het einde van zijn bewind onverwijld rekening en verantwoording te doen. Naar luid van art. 1:377 BW in zijn destijds geldende versie verjaarde elke rechtsvordering op grond van het gevoerde voogdijbewind - zowel van de zijde van de minderjarige als van die van de voogd - door verloop van tien jaren na de dag, waarop de voogdij door de meerderjarigheid van de minderjarige was geëindigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f79c077d7d83e42fa9e6afda3e7743aca6f09c1460d32f147c623c7a35b3eb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 27863 tot 28349.