Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:346.

De door de rechtbank toegelaten reddingsoperatie vertoont zonderlinge trekjes. [eiser] is al als partij gedagvaard en verschenen en heeft al verweer gevoerd. Wat voegt het toe om hem daarnaast nog als “derde” in het geding te betrekken? Voorts lijkt mij dat de benoeming van een derde op de voet van art. 20 Ow ziet op de benoeming van een ander dan de in het Koninklijk Besluit aangewezen verweerder of diens erfgenamen, dus een echte derde, die als belangenbehartiger van de buiten het Koninkrijk of op een onbekende woonplaats wonende verweerder, of van de erfgenaam of erfgenamen van de overleden verweerder, in het geding behoort op te treden, en die daartoe ook de nodige bekwaamheden moet bezitten en bereid moet zijn tot het vervullen van zijn taak als derde. [eiser] is, zoals nr. 1.4 van het onderdeel aanstipt, kennelijk niet op die hoedanigheden door de Gemeente geselecteerd, maar zou in de gedaante van een “derde” zijn eigen belang als erfgenaam en eigenaar van het perceel moeten behartigen. Daarop kan, denk ik, de wetgever van art. 20 Ow niet het oog hebben gehad, en de benoeming van [eiser] als “derde” wringt ook daarom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2854a5fa6baa3d07fa90cf8df77a0ded2ab7ca7812527b8c72aa5a1840b79588. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2854a5fa6baa3d07fa90cf8df77a0ded2ab7ca7812527b8c72aa5a1840b79588, en de alinea staat in dat document op bytes 33662 tot 34864.