Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014
Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:346.
Daarbij acht ik een dergelijke reddingsoperatie strijdig met het systeem van art. 20, waarvan het tweede lid, al sinds 1851, de eigenaar na dagvaarding van de derde immers het recht verleent om “ten dage, in art. 23 genoemd,” - d.w.z.: op de eerstdienende dag - “te verschijnen, in welk geval de dagvaarding als aan hem geschied wordt beschouwd en het geding tegen hem wordt gevoerd.” Dit houdt in, zoals wordt bevestigd door de parlementaire geschiedenis van de Onteigeningswet (zie hierna bij 3.8), dat de verweerder alleen op de eerstdienende dag, en niet later, kan verschijnen om als gedaagde partij in het geding op te treden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2854a5fa6baa3d07fa90cf8df77a0ded2ab7ca7812527b8c72aa5a1840b79588. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2854a5fa6baa3d07fa90cf8df77a0ded2ab7ca7812527b8c72aa5a1840b79588, en de alinea staat in dat document op bytes 37656 tot 38373.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2854a5fa6baa3d07fa90cf8df77a0ded2ab7ca7812527b8c72aa5a1840b79588 | shasum -a 256