Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:346.

Tenslotte nog dit. Als men zou verlangen dat de wegens niet-inachtneming van art. 20 niet-ontvankelijke vordering door een vorm van juridische magie als hier aan de orde (zie bij nr. 3.4 hierboven) kan worden opgewaardeerd tot een ontvankelijke vordering, kan men nog beter (lijkt mij) aan art. 20 zijn strengheid ontnemen door een interpretatie in die zin dat de onteigenende partij in plaats van een door de rechter benoemde derde te dagvaarden ook mag kiezen voor dagvaarding van de overleden in het onteigeningsbesluit aangewezen verweerder of van diens erfgenamen. Echter, Uw Raad heeft in zijn arrest van 24 juni 2005 nu juist een zodanige interpretatie afgewezen, en dat - naar ik moet aannemen - in het volle bewustzijn van de vertraging die de toen door de gemeente Sittard-Geleen noodzakelijk geachte onteigening zou oplopen door vernietiging van het in die zaak bestreden vonnis van vervroegde onteigening. Ik zie geen redenen, laat staan klemmende redenen, om de in 2005 door Uw Raad gebarreerde weg thans toch maar open te stellen. In de schriftelijke toelichting van mr. Sluysmans lees ik ook geen aansporing om op de in het arrest van 2005 aanvaarde opvatting terug te komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2854a5fa6baa3d07fa90cf8df77a0ded2ab7ca7812527b8c72aa5a1840b79588. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2854a5fa6baa3d07fa90cf8df77a0ded2ab7ca7812527b8c72aa5a1840b79588, en de alinea staat in dat document op bytes 44553 tot 45886.