Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:346.

Onderdeel 1.4 valt overwegingen van de rechtbank in haar beschikking van 8 mei 2013 aan. Aangezien de rechtbank in rov. 5.2 van het bestreden vonnis van 24 juli 2013 ter motivering van de afwijzing van het beroep op niet-ontvankelijkheid heeft verwezen naar deze beschikking, en dus het bestreden vonnis mede steunt op de rechtsopvatting die aan de beschikking ten grondslag ligt, komt de klacht van onderdeel 1.4 niettemin voor behandeling in aanmerking. De klacht lijkt mij gegrond voor zover zij voortbouwt op de, naar mijn mening gegronde, onderdelen 1.1 en 1.2. De daarnaast door het onderdeel nog aan de orde gestelde kwestie of [eiser] als rietdekker zonder enige [betrokkene 2] als derde benoemd had mogen worden kan in het midden blijven. Ik merk slechts op dat, voor zover mij bekend, steeds een advocaat als derde pleegt te worden benoemd, doch dat mij de stelling van het onderdeel dat de te benoemen derde blijkens de wettekst zelf de kwaliteiten dient te bezitten om als derde te kunnen optreden onjuist lijkt. De door mr. Sluysmans in zijn schriftelijke toelichting behandelde vraag of tegen die beschikking cassatieberoep heeft opengestaan behoeft geen beantwoording.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2854a5fa6baa3d07fa90cf8df77a0ded2ab7ca7812527b8c72aa5a1840b79588. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2854a5fa6baa3d07fa90cf8df77a0ded2ab7ca7812527b8c72aa5a1840b79588, en de alinea staat in dat document op bytes 46993 tot 48274.