Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:346.

Gegrond acht ik tenslotte ook onderdeel 1.6 , dat klaagt dat de rechtbank ook de vordering, voor zover ingesteld tegen de reeds in 1998 overleden [betrokkene 1], niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Terecht heeft de rechtbank in haar tussenvonnis (rov. 5.3) geoordeeld dat de Gemeente in de vordering tegen de overleden [betrokkene 1] niet-ontvankelijk moet worden verklaard, alleen heeft zij nagelaten die niet-ontvankelijkverklaring in het dictum van dat vonnis dan wel in het dictum van het in cassatie bestreden vonnis, op te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2854a5fa6baa3d07fa90cf8df77a0ded2ab7ca7812527b8c72aa5a1840b79588. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2854a5fa6baa3d07fa90cf8df77a0ded2ab7ca7812527b8c72aa5a1840b79588, en de alinea staat in dat document op bytes 48769 tot 49359.