Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:368.

Evenals [verweerders] begrijp ik deze subonderdelen aldus, dat de vordering tot rentevergoeding hiermee niet gebaseerd wordt op het feit dat [verweerders] in verzuim zijn met de betaling van de vergoeding voor het door [betrokkene 1] beleefde woongenot, maar haar rechtstreekse en zelfstandige grondslag vindt in art. 3:172 BW. In rov. 4.23 van het tussenvonnis van 21 december 2011 in deze procedure is immers geoordeeld dat [verweerders] niet in verzuim zijn, tegen welke overweging in hoger beroep niet is opgekomen met de stelling dat van verzuim wél sprake zou zijn. Het hof heeft althans grief IX kennelijk niet in die zin opgevat, tegen welke uitleg in cassatie niet is opgekomen. Voormelde uitleg sluit ook aan bij de stellingen van [eiser] in eerste aanleg, waar betoogd is dat het beginsel van art. 3:172 BW meebrengt dat de deelgenoot die de beschikking had over activa, aan de gemeenschap rente vergoedt om te vermijden dat de andere deelgenoot in een nadeliger positie komt te verkeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a735f4ce32f5aad48c34a4ebf103efbc7a5a17efbf0430f01de3560e19530540. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a735f4ce32f5aad48c34a4ebf103efbc7a5a17efbf0430f01de3560e19530540, en de alinea staat in dat document op bytes 44541 tot 45752.