Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:368.
De onderhavige casus, waarin eerst achteraf over de verschuldigdheid van een gebruiksvergoeding is geoordeeld, illustreert hoezeer beide varianten praktisch in elkaar kunnen overlopen. De rechtbank heeft in haar tussenvonnis in de eerdere procedure (rov. 4.4) geoordeeld dat het redelijk is dat [betrokkene 1] “de helft van de waarde van het woongenot aan de andere deelgenoot voldoet”, welk oordeel zij in haar eindvonnis (rov. 5.2) weergeeft als het oordeel dat [betrokkene 1] “een woonvergoeding aan de boedel verschuldigd is”, op grond waarvan zij vervolgens toewijst de gevorderde verklaring voor recht dat [eiser] “gerechtigd is tot de helft van de waarde van de bewoning.” Het is kennelijk ter feitelijke effectuering van dit laatste dat [eiser] in de onderhavige procedure heeft gevorderd voor recht te verklaren dat [verweerders] de vergoeding voor het woongenot van de woning (alsmede de daarover berekende wettelijke rente) in de nalatenschap dienen te brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a735f4ce32f5aad48c34a4ebf103efbc7a5a17efbf0430f01de3560e19530540. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a735f4ce32f5aad48c34a4ebf103efbc7a5a17efbf0430f01de3560e19530540, en de alinea staat in dat document op bytes 49848 tot 50846.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a735f4ce32f5aad48c34a4ebf103efbc7a5a17efbf0430f01de3560e19530540 | shasum -a 256