Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:368.

Maar ook indien de door het hof ten laste van [betrokkene 1] vastgestelde woonvergoeding wel onder het bereik van art. 3:172 BW zou vallen of met ‘voordelen’ als bedoeld in die bepaling op één lijn moet worden gezet , valt echter nog niet in te zien dat die enkele omstandigheid een grondslag geeft voor de verschuldigdheid van wettelijke rente aan de gemeenschap. Wettelijke rente is immers een gefixeerde schadevergoeding, verschuldigd wegens vertraging in de voldoening van een geldsom, welke vergoeding moet worden berekend over de tijd dat de schuldenaar met de voldoening in verzuim is geweest. Ik meen dat een dergelijke potentiële schadevergoeding niet de gedaante kan aannemen van een voordeel van de woning in de zin van art. 3:172 BW met als gevolg dat zij uit dien hoofde van rechtswege aan de gemeenschap verschuldigd wordt. De vereisten van art. 6:119 BW, met name het verzuimvereiste, blijven onverkort van toepassing. Art. 3:172 BW als zodanig biedt geen grondslag voor de verschuldigdheid van wettelijke rente. Of een vordering ter zake van wettelijke rente, indien deze rente – wegens verzuim van de deelgenoot – daadwerkelijk verschuldigd is geworden, als een voordeel in de zin van de bepaling zou moeten worden aangemerkt en uit dien hoofde in de gemeenschap valt, is een andere kwestie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a735f4ce32f5aad48c34a4ebf103efbc7a5a17efbf0430f01de3560e19530540. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a735f4ce32f5aad48c34a4ebf103efbc7a5a17efbf0430f01de3560e19530540, en de alinea staat in dat document op bytes 53430 tot 55054.