Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:368.

Gelet op de eigen stellingen van [eiser] in zijn antwoordakte na interlocutoir en in zijn toelichting op grief IX is ’s hofs uitgangspunt dat in de eerdere procedure sprake is geweest van een vordering betreffende wettelijke rente niet onbegrijpelijk. Dit geldt temeer indien in aanmerking wordt genomen dat het hof niet beschikte over alle processtukken van de eerdere procedure , terwijl, in lijn met de stellingen van [verweerders], uit de voorhanden processtukken wel blijkt van eiswijzigingen aan de zijde van [eiser]. In het licht van de voornoemde stellingen van [eiser], welke zijn geponeerd nadat de rechtbank haar tussenvonnis had gewezen en in tegenspraak zijn met de oorspronkelijke stelling van [eiser] waarop rov. 4.18 van dat tussenvonnis mede was gebaseerd, heeft het hof het beroep van [eiser] op rov. 4.18 en 4.19 van het tussenvonnis buiten beschouwing kunnen laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a735f4ce32f5aad48c34a4ebf103efbc7a5a17efbf0430f01de3560e19530540. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a735f4ce32f5aad48c34a4ebf103efbc7a5a17efbf0430f01de3560e19530540, en de alinea staat in dat document op bytes 66599 tot 67598.