Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Onder 2.29 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:368.

Ik meen dat deze klacht terecht wordt voorgesteld. Indien, met het hof, wordt uitgegaan van een vordering betreffende inbreng van wettelijke rente, is gelet op rov. 5.2 van het eindvonnis van 9 maart 2005 zonder nadere motivering niet begrijpelijk dat die vordering moet worden begrepen onder de afwijzing van het meer of anders gevorderde (dictum onder 10). Uitleg van het dictum in het licht van rov. 5.2 brengt veeleer mee dat de (gedeeltelijke) toewijzing van die vordering besloten ligt in de veroordeling tot medewerking aan het doen opstellen van een akte tot scheiding en deling met inachtneming van hetgeen in het vonnis is overwogen (dictum onder 6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a735f4ce32f5aad48c34a4ebf103efbc7a5a17efbf0430f01de3560e19530540. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a735f4ce32f5aad48c34a4ebf103efbc7a5a17efbf0430f01de3560e19530540, en de alinea staat in dat document op bytes 68120 tot 68893.