Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Onder 3.10. Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:369.

De klacht, dat een op foltering gericht oogmerk van de betrokken functionarissen van de V.S. niet uit het tussenarrest kan worden afgeleid, lijkt mij gegrond. Het hof houdt immers rekening met beide mogelijkheden: in de eerste plaats de mogelijkheid dat functionarissen van de V.S. de opgeëiste persoon opzettelijk in handen hebben gespeeld van de I.S.I., in de wetenschap dat hij, als verdacht van terrorisme, dan hoogstwaarschijnlijk zou worden gefolterd. Daarnaast houdt het hof rekening met de mogelijkheid dat dit verzoek culpoos is gedaan en dat aan de Amerikaanse functionarissen (slechts) het verwijt kan worden gemaakt dat zij de opgeëiste persoon, als verdacht van terrorisme, in handen van de I.S.I. hebben gespeeld hoewel zij op dat moment zich ervan bewust hadden moeten zijn dat een aanhouding op grond van juist deze verdenking in Pakistan hoogstwaarschijnlijk tot foltering zou leiden. Een culpoze handeling is m.i. niet voldoende om te kunnen spreken van ‘uitlokken’ of ‘bewerkstelligen’ van foltering in de betekenis waarin deze woorden zijn gebruikt in het arrest van 17 april 2012. De veronderstelde tegenwerping, dat het in dit geding niet om een vervolging van de betrokken functionarissen gaat maar om overheidsaansprakelijkheid naar Nederlands burgerlijk recht, neemt niet weg dat het criterium is: het ‘uitlokken’ of ‘bewerkstelligen’ van foltering. Toch leidt deze klacht niet tot cassatie (tenzij ook een van de andere middelonderdelen zou slagen), omdat de Staat bij deze klacht belang mist. Nu de Staat uitdrukkelijk heeft geweigerd de verlangde inlichtingen aan het hof te geven over de vraag of de V.S. aan Pakistan om aanhouding van de opgeëiste persoon hebben verzocht, had het hof ten tijde van het wijzen van het eindarrest nog geen enkele duidelijkheid verkregen omtrent het gestelde arrestatieverzoek van de V.S. Derhalve moest het hof, bij het wijzen van zijn eindarrest, nog steeds rekening houden met de mogelijkheid dat functionarissen van de V.S. de opgeëiste persoon opzettelijk in handen hebben gespeeld van de I.S.I. in de wetenschap dat hij, als verdacht van terrorisme, dan hoogstwaarschijnlijk zou worden gefolterd. In die context - als hypothetische grondslag - valt de terughoudende opstelling van het hof als voorzieningenrechter ten opzichte van een − praktisch niet meer ongedaan te maken − uitlevering aan de V.S. te begrijpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742, en de alinea staat in dat document op bytes 67749 tot 70203.