Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Onder 3.11. Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:369.
De derde klacht van dit onderdeel faalt. Het hof heeft zijn oordeel niet slechts gebaseerd op de omstandigheid dat het in abstracto wel eens voorkomt dat gedetineerden in Pakistan worden gefolterd. Het hof heeft omstandigheden aangewezen waaruit volgt (i) dat het veronderstelde aanhoudingsverzoek van de V.S. aan de Pakistaanse autoriteiten betrekking had op een persoon die door hen van terroristische handelingen werd verdacht, (ii) dat juist de categorie gedetineerden die van terroristische handelingen wordt verdacht in Pakistan routinematig wordt gefolterd door een inlichtingendienst en (iii) dat er aanwijzingen zijn dat de autoriteiten van de V.S. en die van Pakistan nauw contact met elkaar hebben gehad over deze aanhouding. Het stellen van verder gaande eisen zou de handhaving van het folterverbod ernstig kunnen bemoeilijken. Zo nodig kan aansluiting worden gezocht bij de omschrijving: the knowledge that these acts assist the commission of the crime.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742, en de alinea staat in dat document op bytes 70284 tot 71334.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742 | shasum -a 256