Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Onder 3.16. Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:369.

Het vertrouwensbeginsel ligt ten grondslag aan het Uitleveringsverdrag tussen de V.S. en Nederland . Dit neemt niet weg dat Nederland, als partij bij het EVRM en het Verdrag tegen foltering, gehouden is zijn verplichtingen uit hoofde van die verdragen na te leven. Omdat het folterverbod volkenrechtelijk tot het ius cogens wordt gerekend, moet een verplichting van Nederland op grond van het uitleveringsverdrag met de V.S. wijken voor een verplichting van Nederland op grond van het folterverbod. Van een gefolterde − het feit van zijn foltering in Pakistan staat tussen partijen vast − kan niet méér worden verwacht dan dat hij alle bij hem bekende feiten en omstandigheden omtrent de foltering en de eventuele betrokkenheid van de V.S. daarbij aan de rechter voorlegt. Indien die feiten niet toereikend zijn om betrokkenheid van de V.S. bij de foltering aan te tonen, zoals het hof in rov. 3.5 heeft geoordeeld , en dit een gevolg is van een inequality of arms doordat de gefolterde geen en de Staat wel toegang heeft tot de benodigde informatie over de aanhouding in Pakistan en de daaraan voorafgaande contacten tussen functionarissen van de V.S. en de autoriteiten in Pakistan, kan de equality of arms worden hersteld wanneer de Staat informatie opvraagt bij de bevoegde autoriteiten van de V.S. Zie alinea 4.6 hierna.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742, en de alinea staat in dat document op bytes 74683 tot 76258.