Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Onder 3.17. Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:369.
Rov. 3.6 van het tussenarrest maakt duidelijk dat het hof de grondslag van de verplichting van de Staat tot nader onderzoek niet heeft gezien in de jurisprudentie van het EHRM over een onderzoeksplicht (inclusief het arrest inzake El-Masri/Republiek Macedonië): deze jurisprudentie heeft betrekking op de vraag onder welke omstandigheden een staat onderzoek moet doen naar folterpraktijken van zijn eigen functionarissen of op zijn eigen grondgebied. Dit neemt volgens het hof niet weg dat, gelet op het grote belang dat foltering wordt uitgebannen en dat de opgeëiste persoon niet wordt uitgeleverd aan de staat die betrokken is geweest bij zijn foltering, onder omstandigheden wel degelijk een onderzoeksplicht kan rusten als hier aan de Staat wordt opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742, en de alinea staat in dat document op bytes 76339 tot 77115.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742 | shasum -a 256