Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Onder 3.32. Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:369.

Deze laatste klacht mist feitelijke grondslag: uit niets blijkt dat het hof deze stelling van de Staat heeft opgevat als een tardief verweer en daarom ter zijde heeft gelegd. Wat betreft de uitleg van de stellingen van de Staat: het hof verwijst naar de memorie van antwoord van de Staat onder 2.8. In zijn memorie van antwoord (onder 2.5 en 2.7) had de Staat gesteld dat, op grond van de jurisprudentie, in geval van een voltooide foltering de beoordeling aan de uitleveringsrechter is voorbehouden. Niettemin wilde de Staat aannemen dat hetgeen de opgeëiste persoon nadien ter onderbouwing van zijn stellingen omtrent schending van art. 3 EVRM heeft aangevoerd door de minister beoordeeld moest worden en, mitsdien, ter beoordeling aan de kort gedingrechter kan worden voorgelegd. Onder 2.8 sprak de Staat in dit verband van de “nieuwe” aanwijzingen waarop de opgeëiste persoon zich had beroepen. Die aanwijzingen waren volgens de voorzieningenrechter niet toereikend, bij welk oordeel de Staat zich aansloot. Hoe de gedingstukken gelezen moeten worden, staat ter beoordeling van de rechter die over de feiten oordeelt. Mijns inziens is niet onbegrijpelijk dat het hof uit deze stellingen van de Staat heeft opgemaakt dat de Staat er geen bezwaar tegen had in dit kort geding het debat aan te gaan over de feiten en omstandigheden die de opgeëiste persoon als nieuw (ten opzichte van hetgeen in de uitleveringsprocedure aan de orde was geweest) naar voren had gebracht. Alleen op inhoudelijke gronden meende de Staat dat deze argumenten niet tot een andere beslissing behoefden te leiden. De slotsom is dat de klacht onder b en daarmee onderdeel 3 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742, en de alinea staat in dat document op bytes 100800 tot 102476.