Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Onder 4.2. Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:369.
Onderdeel I.a is gericht tegen rov. 3.5 van het tussenarrest. Het hof is van oordeel dat de opgeëiste persoon in dit geding vooralsnog niet aannemelijk heeft gemaakt dat de V.S. zijn foltering in Pakistan hebben uitgelokt of bewerkstelligd. Het hof heeft daartoe overwogen dat geen van de feiten en omstandigheden die in de memorie van grieven onder a tot en met l zijn opgesomd de gestelde betrokkenheid van de V.S. bij de foltering aantoont, ook al zou blijken dat de gestelde feiten juist zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742, en de alinea staat in dat document op bytes 103408 tot 103967.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742 | shasum -a 256