Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Onder 4.11. Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:369.

De toelichting op deze klacht verwijst naar een gedeelte van de noot van A.H. Klip onder het genoemde arrest van 17 april 2012: “Gaat het daarbij niet om ‘reasonable steps to avoid a risk of ill-treatment about which they know or ought to have known’ in de zin van het EHRM in El-Masri?” . De klacht gaat m.i. eraan voorbij dat de onderzoeksplicht van een verdragsstaat naar reeds ondergane folteringen samenhangt met de rechtsmacht van die staat. Indien Nederland geen rechtsmacht heeft ten aanzien van een in Pakistan door de I.S.I. begane foltering noch ten aanzien van de eventuele betrokkenheid van functionarissen van de V.S. daarbij, rust op de Nederlandse Staat niet een onderzoeksplicht ingevolge het arrest inzake El-Masri. Daarvan moet worden onderscheiden dat de aangezochte staat, op grond van art. 3 van het Verdrag tegen foltering, onderzoekt of er bij inwilliging van het uitleveringsverzoek een risico bestaat van een toekomstige foltering; zie alinea 2.4 hiervoor. De slotsom is dat de klachten onder a en b geen doel treffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742, en de alinea staat in dat document op bytes 119160 tot 120324.