Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:369.

Art. 4 van het Verdrag tegen foltering draagt de staten die partij zijn bij dit verdrag op alle vormen van foltering strafbaar te stellen in hun nationale recht, met inbegrip van de poging tot foltering en van handelingen van personen die medeplichtigheid of deelneming aan foltering opleveren . Artikel 11 van het Verdrag gebiedt de verdragsstaten stelselmatig de voorschriften, instructies, methoden en praktijken voor ondervraging te bezien met het oog op de preventie van foltering, alsook de regelingen voor bewaking en behandeling van personen die zijn onderworpen aan enige vorm van arrestatie, hechtenis of gevangenhouding in de gebieden onder zijn rechtsmacht. De artikelen 12 en 13 verplichten een verdragsstaat zorg te dragen voor “een onverwijld en onpartijdig onderzoek, wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat in enig gebied onder zijn rechtsmacht foltering heeft plaatsgehad” . Art. 15 van het Verdrag tegen foltering omvat de zgn. exclusionary rule : iedere verdragsstaat zorgt ervoor dat verklaringen waarvan wordt vastgesteld dat zij zijn afgelegd ten gevolge van foltering, niet worden aangevoerd als bewijs in een rechtszaak (behalve tegen een van foltering beschuldigde persoon, als bewijs dat de verklaring werd afgelegd).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742, en de alinea staat in dat document op bytes 22829 tot 24329.