Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Onder 2.9. Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:369.
Uitlevering vanuit Nederland vindt plaats op grond van een verdrag . Indien uitlevering wordt verzocht ten behoeve van een in de verzoekende staat ingestelde of in te stellen strafvervolging, onderzoekt de uitleveringsrechter in beginsel niet de schuld of onschuld van de opgeëiste persoon, noch de onrechtmatigheid van de bewijsgaring: hij laat die beslissing over aan de strafrechter in de verzoekende staat. Die rechter kan, zo nodig, de in alinea 2.3 genoemde exclusionary rule toepassen. Een uitleveringsverdrag wordt slechts gesloten indien Nederland erop vertrouwt dat alle uit te leveren personen in de verzoekende staat een eerlijk proces hebben gehad of zullen krijgen. Men noemt dit het ‘vertrouwensbeginsel’ in het uitleveringsrecht of het beginsel van non inquiry . In een uitleveringsverdrag wordt omschreven in welke gevallen en onder welke voorwaarden uitlevering plaatsvindt. Ten aanzien van staten die geen partij zijn bij het EVRM vindt het vertrouwensbeginsel zijn rechtvaardiging hierin dat Nederland “het resultaat van bilaterale onderhandelingen die hebben geleid tot het desbetreffende uitleveringsverdrag, heeft kunnen afstemmen op aard en mate van erkenning van bedoelde fundamentele rechtsbeginselen in het andere land bij de onderhandelingen over het uitleveringsverdrag” .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742, en de alinea staat in dat document op bytes 36846 tot 38556.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742 | shasum -a 256