Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Onder 2.12. Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:369.

Aan het oordeel van de rechtbank dat de verzochte uitlevering ontoelaatbaar is, is de minister gebonden. Omgekeerd, indien de uitleveringsrechter de verzochte uitlevering toelaatbaar acht, is de minister aan dat oordeel niet gebonden: hij kan alsnog besluiten tot weigering van de uitlevering. In de verhouding tussen de uitleveringsrechter en de minister is van belang het onderscheid tussen imperatieve en facultatieve weigeringsgronden in een uitleveringsverdrag. Is sprake van een imperatieve weigeringsgrond, dan valt er voor de minister niets te kiezen. In dat geval verklaart de uitleveringsrechter de uitlevering ontoelaatbaar. Is sprake van een facultatieve weigeringsgrond, dan bepaalt de uitleveringsrechter niet zelf of daarvan gebruik zal worden gemaakt: hij laat die keuze over aan de minister. De beslissing van de minister over een uitleveringsverzoek (art. 33 e.v. Uw) geldt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen de beschikking van de minister kan geen beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter . Wel heeft de opgeëiste persoon de mogelijkheid bij de burgerlijke rechter een vordering tegen de Staat in te stellen op grond van onrechtmatige overheidsdaad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe8dd90fe307147b774c855c4ab75304f98b3213441084decdad37b19126742, en de alinea staat in dat document op bytes 42452 tot 43735.