Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:372.

De klachten van onderdeel I die zijn gericht tegen het oordeel van het hof omtrent het aanvangsmoment van de verzettermijn, zijn tevergeefs voorgesteld omdat zij van een onjuiste rechtsopvatting uitgaan omtrent het bepaalde in art. 144 sub b Rv, voor zover de klachten al geen feitelijke grondslag missen wegens een onjuiste lezing van het bestreden arrest. Waar het onderdeel onder I.7 nog opmerkt dat het hof met zijn bestreden oordeel buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden, omdat de Republiek Gabon niet heeft gegriefd tegen de vaststelling van de rechtbank dat zij de brief van 16 augustus 2008 heeft ontvangen, zodat zij bekend was met het verstekvonnis, geldt het volgende. Met deze klacht beoogt het middel kennelijk te betogen dat de Republiek Gabon met de inontvangstneming van voormelde brief kennis heeft genomen van het verstekvonnis op een wijze als bedoeld in art. 143 lid 2 Rv (betekening in persoon of een daad van bekendheid). De klacht faalt omdat het hof in rov. 3.8 heeft vastgesteld dat het verstekvonnis of enige uit kracht daarvan of ter uitvoering daarvan strekkende akte niet aan de Republiek Gabon in persoon is betekend en dat de Republiek Gabon vóór 15 december 2008 geen daad van bekendheid met het verstekvonnis of met de tenuitvoerlegging daarvan heeft gepleegd; deze vaststelling is in cassatie niet bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d114dbb15546865bfb4041c66de9e5bc29607d1516cba7121df1f429674bf656. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d114dbb15546865bfb4041c66de9e5bc29607d1516cba7121df1f429674bf656, en de alinea staat in dat document op bytes 20558 tot 21927.