Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014
Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:375.
Rov. 4.9 moet, mede gelet op de laatste volzin van rov. 4.10, zo worden begrepen dat het Hof niet duidelijk is geworden hoe het voorbehoud zich verdraagt met de sommatie. Het heeft, blijkens het proces-verbaal op p. 3 en 4, indringend aan de orde gesteld wat de goede zin was van een sommatie wanneer het voorbehoud ernstig zou moeten worden genomen. Blijkens de laatste volzin van rov. 4.10 is op die indringende vragen geen begrijpelijk (het Hof zegt wat beleefder ”bevredigend”) antwoord gegeven; dat oordeel wordt in cassatie niet bestreden. Omdat van een bevredigend antwoord geen sprake was, heeft het Hof geoordeeld dat het zwaartepunt van de brief lag bij de sommatie waarmee het voorbehoud uit beeld verdween. Hierop stuit de onder 3.8.1 weergegeven klacht af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77ece930c9a4a8eb6bdada2b64ad837fe0d878a8dd366f3276ff192cb7304c39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77ece930c9a4a8eb6bdada2b64ad837fe0d878a8dd366f3276ff192cb7304c39, en de alinea staat in dat document op bytes 35277 tot 36063.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/77ece930c9a4a8eb6bdada2b64ad837fe0d878a8dd366f3276ff192cb7304c39 | shasum -a 256