Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014

Onder 1.4.2 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:376.

Naar het oordeel van het hof heeft [eiser] in de periode gelegen tussen het versturen van zijn e-mail en het gesprek met [getuige 2] op 24 september 2002 voldoende gelegenheid gehad om zich te beraden over zijn positie naar aanleiding van die e-mail, en om zijn, - zoals [eiser] stelt: - in een emotionele gemoedstoestand onzorgvuldig gekozen - bewoordingen terug te nemen. Daarom is naar het oordeel van het hof ook niet relevant of [getuige 2] het gesprek van 24 september 2002 al dan niet is ingegaan met het voornemen [eiser] te ontheffen van zijn activiteiten met betrekking tot het GSB, dan wel om - zoals [eiser] stelt en de Bank betwist - het reeds genomen besluit ter zake aan hem mee te delen. Daar komt bij dat [eiser] thans wel stelt dat hij bereid was in bedoeld gesprek de door hem gestelde eisen los te laten, maar niets concreets aanvoert waaruit blijkt dat en hoe hij bereid was het geschonden vertrouwen te herstellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6857043246341228c03045b9c3097dbed2f16130c7a469493c1b852dc890ab2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6857043246341228c03045b9c3097dbed2f16130c7a469493c1b852dc890ab2e, en de alinea staat in dat document op bytes 19814 tot 20763.