Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Onder 3.9. Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:377.
4. De rechtbank gaat er in de bestreden overwegingen kennelijk en impliciet van uit dat de [B-]vennootschappen (a) jegens RCI waren gehouden tot het vestigen van eerste pandrechten op de bestaande en nieuwe (door RCI gefinancierde) voertuigen en (b) dat zij die verplichting niet hebben nageleefd en (c) dat zij daarmee te kort zijn geschoten jegens RCI. Dit naar het oordeel van het hof terecht. De [B-]vennootschappen hebben zich verplicht tot vestiging van een eerste pandrecht ten behoeve van RCI op (onder meer) de door RCI geleverde voertuigen. [verweerder] weerspreekt dat niet maar betoogt dat hem schending van die verplichting niet valt aan te rekenen vanwege onduidelijkheid in de contractuele relatie met de bank. Zelfs als sprake zou zijn van onduidelijkheid jegens de bank in die contractuele relatie, het hof heeft al overwogen dat dit niet het geval is, dan valt niet in te zien waarom die onduidelijkheid aan RCI als derde zou kunnen worden tegengeworpen. Daarmee moet het er in deze procedure voor worden gehouden dat de [B-]vennootschappen jegens RCI toerekenbaar te kort zijn geschoten.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0cf4eca29d28867bcf0da0fad68f3df31600cd59b6409fea4530b3247ec56ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0cf4eca29d28867bcf0da0fad68f3df31600cd59b6409fea4530b3247ec56ac, en de alinea staat in dat document op bytes 35036 tot 36158.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0cf4eca29d28867bcf0da0fad68f3df31600cd59b6409fea4530b3247ec56ac | shasum -a 256