Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:377.

In een ideale wereld, die we in ons zonnestelsel evenwel niet vinden, zou wellicht verwacht mogen worden dat deelnemers aan het rechtsverkeer (relevante) stukken steeds goed lezen alvorens ze te tekenen. In zo’n setting zou men wellicht kunnen verdedigen dat niet goed lezen alvorens te tekenen meebrengt dat degene die toch tekent de inhoud behoort te kennen. Voor zover “behoren te kennen” rechtens een dergelijke betekenis zou hebben, zou ik dat om de onder 4.8 genoemde redenen niet steeds voldoende vinden voor persoonlijke aansprakelijkheid. Vruchtbaarder lijkt mij evenwel om niet al te snel van een “behoren te kennen” uit te gaan. Het is niet nodig hier verder bij te verwijlen omdat er in abstracto niet veel nuttigs over valt te zeggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0cf4eca29d28867bcf0da0fad68f3df31600cd59b6409fea4530b3247ec56ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0cf4eca29d28867bcf0da0fad68f3df31600cd59b6409fea4530b3247ec56ac, en de alinea staat in dat document op bytes 52144 tot 53010.