Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Onder 5.4 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:377.

Over deze klacht kan verschillend worden gedacht. Wanneer ’s Hofs oordeel in zijn geheel wordt gelezen en wanneer wordt aangenomen dat de latere overwegingen op de eerdere voortbouwen en daarbij beogen aan te sluiten, mist de klacht feitelijke grondslag. In de hier besproken lezing heeft het Hof niet miskend dat voor een rechtsgeldige vestiging van een pandrecht een geldige titel is vereist. Het Hof heeft teneinde de verpandingsplicht vast te stellen de titel - de rechtsverhouding die tot het vestigen van het pandrecht verplichtte - onder toepassing van de Haviltex-maatstaf uitgelegd. Het Hof is vervolgens tot de slotsom gekomen dat uit de kredietovereenkomst, de pandakte en de overige omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang beschouwd, volgt dat op het moment van ondertekening van de pandakte mede een verplichting tot verpanding van de door RCI gefinancierde voertuigen bestond. Van een onjuiste rechtsopvatting geeft dit oordeel in zoverre niet blijk. In die zin ook de s.t. van RCI onder 4.2.1 - 4.2.4.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0cf4eca29d28867bcf0da0fad68f3df31600cd59b6409fea4530b3247ec56ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0cf4eca29d28867bcf0da0fad68f3df31600cd59b6409fea4530b3247ec56ac, en de alinea staat in dat document op bytes 57273 tot 58327.