Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Onder 5.12 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:377.

Het onderdeel neemt, waar wordt geklaagd over de begrijpelijkheid van het zojuist genoemde oordeel over niet besproken stellingen, niet de moeite om aan te geven om welke essentiële stellingen het zou gaan. Het berust kennelijk op de gedachte dat Raad en Parket de in noot 11 met “vgl.” aangeduide vindplaatsen zelf maar moeten nalopen om na te gaan om welke stellingen het gaat en wat deze inhouden, waarbij een meer dan theoretische kans bestaat dat Uw Raad er meer of andere relevante stellingen uit haalt dan de steller van het onderdeel zou hebben gedaan omdat Uw Raad nauwkeuriger kan beoordelen welke stellingen er rechtens toe doen. M.i. is het vergen van dit ambtshalve zoekwerk overvraagd. Het onderdeel voldoet daarom niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. Daaraan doet m.i. niet af dat RCI de rechtsstrijd op dit punt is aangegaan, nu zij, zij het betrekkelijk summier, op de genoemde vindplaatsen in haar s.t. onder 4.2.5 e.v. ingaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0cf4eca29d28867bcf0da0fad68f3df31600cd59b6409fea4530b3247ec56ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0cf4eca29d28867bcf0da0fad68f3df31600cd59b6409fea4530b3247ec56ac, en de alinea staat in dat document op bytes 63927 tot 64896.