Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Onder 5.18 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:377.
Onderdeel 3 komt op tegen het oordeel in rov. 4 dat de [B-]vennootschappen tekort zijn geschoten jegens RCI en dat niet valt in te zien waarom de eventuele onduidelijkheid voor [verweerder] in de contractuele relatie met de bank aan RCI als derde zou kunnen worden tegengeworpen. Volgens [verweerder] schiet het Hof met dit oordeel wederom in zijn motiveringsplicht tekort, voor zover het hiermee het verweer heeft verworpen dat RCI niet mocht afgaan op de wettelijk verplichte standaardverklaring dat er geen beperkte rechten rusten op de verpande goederen, zeker nu RCI niet, zoals art. 5.1.5 van de mantelovereenkomst stipuleert, heeft verzocht om een rangordeverklaring en bovendien wist dat de bank huisbankier was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0cf4eca29d28867bcf0da0fad68f3df31600cd59b6409fea4530b3247ec56ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0cf4eca29d28867bcf0da0fad68f3df31600cd59b6409fea4530b3247ec56ac, en de alinea staat in dat document op bytes 68864 tot 69643.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0cf4eca29d28867bcf0da0fad68f3df31600cd59b6409fea4530b3247ec56ac | shasum -a 256