Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014

Onder 2.6. Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:378.

Onderdeel II komt neer op de klacht dat (achteraf gebleken is dat) betrokkene van 27 december 2013 tot 14 januari 2014 gedetineerd is geweest in het kader van de tenuitvoerlegging van een vonnis waarin vervangende hechtenis was opgelegd. Volgens de klacht had het op de weg van het Openbaar Ministerie gelegen om de rechtbank van dit feit op de hoogte te stellen. Nu dat niet is gebeurd, acht betrokkene zich in zijn verdedigingsbelang geschaad: ter zitting heeft de raadsman aangegeven geen contact met zijn cliënt te hebben kunnen krijgen. In verband hiermee klaagt onderdeel III dat de rechtbank in strijd met art. 8 Wet Bopz de verzochte machtiging heeft verleend zonder dat betrokkene persoonlijk door de rechtbank is gehoord, althans dat onbegrijpelijk is waarop het oordeel is gebaseerd dat betrokkene niet bereid was zich te laten horen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44100dcf8e2573a56c76fe8d1f0f43cd1f9612c7242c7504614dd227db8cc300. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44100dcf8e2573a56c76fe8d1f0f43cd1f9612c7242c7504614dd227db8cc300, en de alinea staat in dat document op bytes 12513 tot 13459.