Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014
Onder 2.8. Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:378.
In Bopz-zaken is geen sprake van een dagvaarding of oproeping door of vanwege het Openbaar Ministerie, maar van een oproeping door de griffier. De regeling van het Wetboek van Strafvordering kan om die reden niet zonder meer worden overgenomen. Het ware te overwegen, in een wettelijke regeling mogelijk te maken dat de officier van justitie, alvorens zijn verzoek aan de rechtbank te zenden, of dat de griffier, alvorens de oproeping voor een Bopz-zitting te verzenden, de strafrechtsketendatabank raadpleegt. Overigens zou een dergelijke raadpleging betrokkene in dit geval niet hebben geholpen: op 24 december 2013, de dag van verzending van de oproeping, was hij nog niet gedetineerd en is de oproeping terecht naar het huisadres van betrokkene verzonden. De klacht onder II faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44100dcf8e2573a56c76fe8d1f0f43cd1f9612c7242c7504614dd227db8cc300. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44100dcf8e2573a56c76fe8d1f0f43cd1f9612c7242c7504614dd227db8cc300, en de alinea staat in dat document op bytes 15698 tot 16496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44100dcf8e2573a56c76fe8d1f0f43cd1f9612c7242c7504614dd227db8cc300 | shasum -a 256