Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014
Onder 2.9. Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:378.
In strafzaken waarin de dagvaarding of oproeping in persoon is betekend en de verdachte noch zijn raadsman op de terechtzitting is verschenen, kan de rechter – behoudens duidelijke aanwijzingen van het tegendeel – uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. De mogelijkheid bestaat echter, dat achteraf wordt vastgesteld dat aan het aanwezigheidsrecht van de verdachte tekort is gedaan doordat de verdachte ten tijde van de terechtzitting voor een andere strafzaak in verzekering was gesteld en onvrijwillig in een politiebureau verbleef zonder dat dit aan de rechter bekend was . Daarbij komt geen bijzondere betekenis toe aan de omstandigheid dat de verdachte in persoon is gedagvaard. In aanmerking genomen het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, dient de verdachte ook in dat geval de mogelijkheid te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44100dcf8e2573a56c76fe8d1f0f43cd1f9612c7242c7504614dd227db8cc300. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44100dcf8e2573a56c76fe8d1f0f43cd1f9612c7242c7504614dd227db8cc300, en de alinea staat in dat document op bytes 16576 tot 17721.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44100dcf8e2573a56c76fe8d1f0f43cd1f9612c7242c7504614dd227db8cc300 | shasum -a 256